BIJEN- EN IMKER- NIEUWTJES
2012 JAAR VAN DE BIJ

2012 JAAR VAN DE BIJ
http://www.jaarvandebij.nl/








_________________________________________________________________________________________________
Bijen -Protest - Actie

In 2011 is door imkers uit de gemeente Drimmelen actie gevoerd tegen het kappen van (linde) bomen gedurende het broedseizoen en het dreigend uitstel / uitblijven van een ecologisch bermen - en bermsloten beleid. Voor deze actie heeft imkerij "De Biesbosch", die de actie voor 100% steunde, de bijen in bijenkasten geleverd.
Overigens heeft de actie inmiddels tot positieve resultaten geleid. Imkers zijn met de gemeente nog steeds in speaking terms m.b.t. het kappen van bomen en het eventuele herplanten van bomen, die om onafwendbare redenen weg moeten. Tevens is voor 2012 en 2013 € 50.000,00 extra uitgetrokken t.b.v. het ecologisch berm- en berm- sloten- beleid.
Zie hieronder ook een aantal links (uit een greep van vele) die ik op internet ben tegengekomen over het onderwerp.

http://voetbalvideos.com/watch-video/5yhlo_rPWPE/omroepbrabant/bijenprotest-bij-gemeentehuis-in-made.html
http://www.plaats.nl/gemeente-drimmelen/videos/5yhlo_rPWPE/bijenprotest-bij-gemeentehuis-in-made/
http://www.bndestem.nl/regio/oosterhout/8859034/200000-demonstranten-bij-gemeentehuis.ece

NATUURBEHEER IN DE KNEL

Dat met het natuurbeleid onder het huidig kabinet niet zo best is gesteld, is bij menigeen wel bekend. Hoewel velen hiertegen massaal verzet plegen, denkt staatsscretaris Bleeker er vooralnog niet aan om zijn plannen om te buigen.
Net als menig bewindspersoon van dit kabinet vertoont zijn houding net zoveel souplesse als een eiken plank.
Hieronder de brief van de BMFdie aan hem is gericht, maar waar hij zich niets van aan zal trekken. De biodiverstiteit en de bijen zullen het nog moeilikker krijgen dan ze al hebben.

Tilburg, 15 november 2011

Aan: Ministerie van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie
T.a.v. de heer H. Bleker, staatssecretaris
Postbus 20401,
2500 EA ‘s-Gravenhage

Kenmerk: NL 00.51-294-hg

Betreft: nieuwe Wet natuur

Geachte heer Bleker,

Hierbij geven wij gevolg aan uw verzoek om te reageren op uw wetsvoorstel voor een nieuwe Wet natuur.
De Brabantse Milieufederatie onderschrijft de zienswijzen van Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, Soortenbescherming Nederland, de Faunavereniging, de Waddenvereniging en Stichting Das & Boom, die u als hier herhaald en ingelast dient te beschouwen. Wij zijn het met hen eens dat de voorgestelde wijzigingen in de natuurwetgeving een verslechtering zijn voor wat betreft de bescherming van dier- en plantensoorten in Nederland en de instandhouding van hun natuurlijke leefmilieus. Aanvullend op deze reacties hebben wij een aantal opmerkingen over de nieuwe wet die wij voor de leesbaarheid in bijgevoegde en van onze reactie deel uitmakende bijlage op een rijtje hebben gezet. I nternationale verplichtingen gaan uit van de

algehele bescherming van de inheemse flora en fauna en hun natuurlijke verspreidingsgebieden in ieder land. Deze bescherming vereist – aldus de verdragen – een nationale aanpak. Voor bedreigde soorten wordt bijzondere aandacht gevraagd. Uw wetsvoorstel gaat aan deze algehele bescherming voorbij en draagt daarmee niet bij aan het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen zoals verwoord in het door Nederland ondertekende Biodiversiteitsverdrag. Praktisch alle mogelijkheden om de natuur te beschermen en te versterken worden geschrapt of afgezwakt en het aantal bejaagbare dieren wordt meer dan verdubbeld. U betoogt dat de Nederlandse natuur zo goed beschermd wordt dat de economie erdoor wordt geschaad en dat de natuurbeschermingswetgeving daarom moet worden versoepeld. Vervolgens vraagt u of de voorgestelde wijzigingen in de natuurwetgeving zullen bijdragen aan de balans tussen ecologie en economie. Nederland is in economisch opzicht een van de rijkste landen van Europa, echter wat de kwaliteit van natuur en leefmilieu betreft behoort Nederland tot de armste en meest vervuilde landen van Europa. Indien u ernaar streeft een balans te vinden tussen ecologie en economie moet uw prioriteit ons inziens bij ecologie liggen. Daarvoor zijn een hoger niveau van bescherming van de natuur en meer natuurareaal noodzakelijk. De door u voorgestelde wetswijzigingen zullen er juist toe leiden dat de natuur in Nederland minder goed beschermd wordt en uw beleid is erop gericht het areaal aan natuur in Nederland te verkleinen. Op uw vraag of de voorgestelde wijzigingen in de natuurwetgeving zullen bijdragen aan de balans tussen ecologie en economie is ons antwoord dus NEE. U stelt zich op het standpunt dat natuur de economie in de weg zit en voert een diametraal tegengesteld beleid waarin wij ons niet kunnen vinden. Ecosystemen en biodiversiteit behoren een wezenlijk onderdeel te zijn van het economisch denken van dit Kabinet willen wij in Nederland de achteruitgang van de biodiversiteit een halt toeroepen. In 2005 tekenden de ministeries van LNV, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieu, samen met de provincie Noord-Brabant, het IUCN Nederlands Comité en het European Centre for Nature Conservation het Countdown 2010 verdrag. Dit goede voorbeeld werd in de daaropvolgende jaren door talloze Nederlandse gemeenten en organisaties gevolgd met de ondertekening van de Countdown 2010 verklaring.             Wij betreuren uw natuurbeleid en de door u voorgestelde wijziging van de natuurwetgeving ten zeerste en dringen er bij u op aan:
1) Uw wetsvoorstel tot versoepeling van de natuurwetgeving in te trekken, dan wel uw nieuwe Wet natuur in overeenstemming te brengen met Biodiversiteitsverdragen Countdown 2010, het Verdrag van Ramsar, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn en de Habitat- en Vogelrichtlijn;
2) Uw internationale biodiversiteitsverplichtingen na te komen.
3) Met uw natuurbeleid aan te sluiten bij de koers van uw voorgangster en
minimaal de gemaakte afspraken met betrekking tot de EHS na te komen.

Met vriendelijke groet,

Nol Verdaasdonk,

directeur Brabantse Milieufederatie

Bijlage:

Op- en aanmerkingen op de ontwerp-Natuurwet

·

artikel 1.1 moet worden aangevuld met de definities van art. 1 Hrl die ten onrechte nog niet omgezet in Nederlands recht (HvJEG 13 februari 2003, C-75-01; ook H.E. Woldendorp in Bouwrecht Afl. 4 – april 2011). Dit is een uitstekende gelegenheid om (eindelijk) uitvoering te geven aan genoemde uitspraak!;
- artikel 1.1 moet worden aangepast voor zover het de definitie “jacht” betreft. Wij willen in de definitie en MvT met name tot uitdrukking laten komen dat onder ‘jacht’ ook moet worden begrepen: “het met de hond of anderszins op een terrein opsporen dan wel bemachtigen van dieren”. Ter toelichting dient het volgende. Als jagers er op uittrekken komt het in de praktijk regelmatig voor dat, als de jager zelf langs de randen van het verpachtte jachtterrein loopt, de hond zich buiten het jachtterrein begeeft, of dat de hond er op uit wordt gestuurd om buiten het verpachtte terrein, dieren op te sporen of te bemachtigen (of te doden). Aan die praktijk moet een eind komen door de hond ‘bij zich te houden’ (aan te lijnen of het commando ‘volgen’ te geven) in het belang van eigenaren die uitdrukkelijk de jacht niet wensen te verpachten voor de jacht (zie verder de voorgestelde aanvulling van de intrekkinggronden van de jachtakte als bedoeld in artikel 5.4, lid 4);
- artikel 1.9, lid 1, van het wetsvoorstel is met een ‘kan-bepaling’ veel te vrijblijvend geredigeerd. Artikel 2.1, lid 7, bepaalt “dat de minister het desbetreffende besluit (over aanwijzing speciale beschermingszones) kan wijzigen of intrekken al dan niet met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht”. Dit is in strijd met de algemene beginselen van bestuur, met name het zorgvuldigheids- en rechtzekerheidsbeginsel;
- het wetsvoorstel gaat er van uit dat alleen (de leefgebieden) van bepaalde soorten (actief) beschermd moeten worden. Dat is in strijd met het Biodiversiteitsverdrag, het Verdrag van Ramsar, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn en de Habitat- en Vogelrichtlijn;
- in het wetsvoorstel wordt slechts gedeeltelijk uitvoering gegeven aan de aanvullende beschermingsbepalingen van het Verdrag van Bern (en de Habitatrichtlijn) terwijl de algemene beschermingsbepalingen van het Verdrag van Bern (en de Habitatrichtlijn) niet in het wetsvoorstel zijn opgenomen;
- De bevoegdheid in art. 2.9. om bij ministeriele regeling van tevoren te kunnen bepalen welke categorieën van gevolgen, plannen en projecten, al dan niet in combinatie met andere plannen, niet schadelijk zijn en via welke methode dit wordt vastgesteld, is in strijd met de Habitat- en Vogelrichtlijn. De Minister kan hiermee bepaalde plannen, projecten, gevolgen uitzonderen van de vergunningplicht;
- internationale verplichtingen uit genoemd Verdrag van Bern, Bonn en het Biodiversiteitsverdrag gaan uit van de totale bescherming van inheemse flora en fauna en hun natuurlijke verspreidingsgebied in elk land, dus ook Nederland. Deze bescherming vereist – aldus de verdragen – een nationale aanpak. Voor bedreigde soorten wordt bijzondere aandacht gevraagd. Het onderhavige voorstel gaat daar geheel aan voorbij! Dit wetsvoorstel beschermt nog slechts wereldwijd en Europees wijd bedreigde diersoorten en dat nog slechts in bepaalde gebieden. Alle overige soorten worden in strijd met deze verdragen onvoldoende beschermd;
- in het wetsvoorstel wordt alleen (gedeeltelijk) uitvoering gegeven aan de aanvullende verdragsbepalingen van het Verdrag van Bern, dus alleen aan de bepalingen die
betrekking hebben op de beschermde soorten (Bijlage III) en de strikt beschermde soorten (Bijlage I en II), terwijl de algemene beschermingsbepalingen uit het Verdrag van Bern (en uit de Habitatrichtlijn) ten onrechte geen plaats hebben gekregen in het wetsvoorstel;
- het wetsvoorstel noemt 100 dier- en plantensoorten die voortaan nog strikt zullen worden beschermd (tabel 1 van bijlage 3 bij de MvT). Het betreft hier de soorten van
bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage IV Habitatrichtlijn. Voor alle andere soorten, waaronder de soorten van bijlage III van het Verdrag van Bern, geldt dus het strikte beschermingsregime niet (meer) in vergelijking met de huidige Flora- en Faunawet. Sommige van die dier- en plantensoorten zijn Rode Lijst soorten en het wetsvoorstel voorziet in een beschermingsregime dat slechts bestaat uit een verbod om opzettelijk te doden en de algemene zorgplichtbepaling i.p.v. actieve beschermingsmaatregelen.
Dit betekent onder andere dat voor deze soorten geen bescherming van het leefgebied geldt. Het Verdrag van Bern (en - daarmee - de Habitatrichtlijn) verlangt echter van Nederland dat het actief beschermingsmaatregelen neemt i.p.v. een passief verbodsstelsel met een (algemene) zorgplichtbepaling. Daarmee is het Verdrag van Bern onvolledig omgezet in Nederlandse wetgeving; e.e.a. betekent onder andere ook dat van de elf in de Flora- en Faunawet beschermde dagvlinders er straks nog maar drie blijven beschermd. Dat zijn de (Europees beschermde) soorten grote vuurvlinder, pimpernelblauwtje en donker pimpernelblauwtje. De libellen blijven in het voorstel iets beter beschermd, echter alleen maar de zeven soorten die worden genoemd in de Europese natuurregels. Alle andere soorten moeten straks worden beschermd door een zeer zwakke (algemene) zorgplicht, waarbij alleen opzettelijk doden niet is toegestaan;
- in artikel 1.8 van het wetsvoorstel wordt de zinsnede ‘alsmede voor hun directe leefomgeving’ niet genoemd terwijl daar in de MvT bij het wetsvoorstel wel naar verwezen wordt en dat ook in het huidige artikel 2 Flora- en Faunawet staat genoemd;
- een passief verbod om opzettelijk te doden is in strijd met de actieve soortenbeschermingsverplichtingen van het Verdrag van Bern. Beschermde soorten dienen door middel van passende en (actieve) beschermingsmaatregelen te worden beschermd en ten aanzien van alle overige soorten dienen maatregen genomen te worden om de populaties in een levensvatbare, duurzame, staat van instandhouding te houden of te brengen. Een passief verbod om opzettelijk te doden met een niet nader ingevulde zorgplichtbepaling, welke nog niet eens strafrechtelijk wordt, gehandhaafd volstaat niet en komt in strijd met o.a. het Verdrag van Bern;
- blijkens het voorgestelde artikel 3.11, lid 3 , kan ontheffing worden verleend van het verbod van artikel 3.5. Het toetsingscriterium is het belang van één van de voorgestelde artikelen 3.8, lid 5, of 3.11, lid 3 genoemde belangen. Dat betekent dat niet wordt getoetst of de staat van instandhouding van de betreffende soort in het geding komt, wat regelrecht in strijd is internationale en Europese soortenbeschermingsverplichtingen;
- het verbod van artikel 3.1, lid 5 van het wetsvoorstel inhoudende: “het verbod, bedoeld in het vierde lid (lid 4: het is verboden vogels opzettelijk te verstoren) is niet van toepassing indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort”, is niet te handhaven;
- in de huidige Flora- en Faunawet is het (ook) verboden om vaste rust- en verblijfplaatsen te verstoren; het wetsvoorstel voorziet daar in strijd met internationale verplichtingen niet in;
- het voorgestelde artikel 3.8 staat een ruimere ontheffingsbevoegdheid toe dan artikel 9 van het Verdrag van Bern toestaat. Artikel 3.8 van het wetsvoorstel is letterlijk overgenomen uit de Habitatrichtlijn. Aangezien bepalingen uit de Habitatrichtlijn verdragsconform moeten worden geïnterpreteerd, dient het voorgestelde artikel 3.8 zodanig te worden aangepast dat het in overeenstemming met het Verdrag van Bern zal zijn;
- de bevoegdheid om ontheffing en vrijstellingen te verlenen wordt in het wetsvoorstel gedecentraliseerd naar de provincie. Maar beantwoording van de vraag of daarbij de staat van instandhouding in het geding komt zou landelijk gecoördineerd en beantwoord moeten worden;
- artikel 4.3, lid 1 en lid 2 van het wetsvoorstel is, zonder enige toelichting, letterlijk overgenomen van de huidige Boswet (Wet van 20 juli 1961). Op grond van genoemde bepalingen behoeft herplant pas binnen 3 jaar na de velling/teniet gaan van de houtopstand plaats te vinden. De ruime termijn nodigt uit tot (lucratief) misbruik. Wij hebben in het Brabantse buitengebied op verschillende plaatsen (helaas) moeten constateren dat landgoedeigenaren en/of boeren die het gevelde terrein als dumpplaats voor dierlijke mest gebruiken er vervolgens bijvoorbeeld maïs op zaaien. De veel te ruime termijn nodigt daar ook toe uit!. Deze ruime termijn is meestentijds niet nodig vanuit bosbouwkundig oogpunt want in de praktijk wordt veelal direct na de velling herplant (eventueel met ontheffing een ruimere termijn toestaan tot maximaal 3 jaar, waarbij dan aangetoond moet worden dat de bodem niet meer geschikt is voor herplant van bos). De regeling (binnen 3 jaar herplanten) is verder niet geschikt ter bevordering van de biodiversiteit, is niet

geschikt voor het creëren van foerageergebieden en is zeker niet geschikt om natuurontwikkeling te bevorderen. Daarom stellen wij voor dat de houtopstand “het eerstvolgende plantseizoen” dient te worden herplant;

- het onderscheid tussen de leden 4 en 5 van artikel 5.4 (de intrekkinggronden van een jachtakte) moet komen te vervallen: álle gronden voor intrekking zouden directe intrekkinggronden moeten zijn. Bijvoorbeeld het misbruik maken van zijn bevoegdheid om te jagen of dat de jachtaktehouder nalatig is te doen wat een goed jager betaamt bij de uitoefening is maatschappelijk even onaanvaardbaar als het niet afsluiten van een verzekering ter dekking van de eigen risico’s;
- Voorts zou een reden moeten zijn voor directe intrekking van de jachtakte het strafrechtelijk veroordeeld zijn voor een aan de jacht gerelateerde overtreding of misdrijf.

Met een maatschappelijk onaanvaardbaar voorval (in diverse media d.d. 5-11-11)
willen wij dat illustreren. Het deed zich voor toen de milieupolitie in Drenthe in week 44 van 2011 drie “jagers en oud-boswachters” uit Anloo en Donderen heeft aangehouden die worden verdacht van het vergiftigen van roofdieren in noord- en midden-Drenthe. De mannen vergiftigden geschoten wild en zetten de kadavers als aas weer uit. Roofdieren als vossen, dassen, buizerds en haviken aten hiervan en stierven een pijnlijke dood. Daarnaast groeven zij ook vallen met aas erin, waaruit vossen niet meer weg konden. Dat deden ze onder andere op gekweekte fazanten, die in de jachtgebieden werden uitgezet. Jagers konden daardoor ongehinderd jagen.
- artikel 5.4, lid 4 moet worden aangevuld met een “d” bepaling, inhoudende: “middels een proces verbaal van een daartoe bevoegd (onbezoldigd) ambtenaar is vastgesteld dat de houder op een terrein heeft gejaagd waartoe deze niet bevoegd was.”. Ter toelichting dient het volgende. In de praktijk gebeurt het regelmatig dat er gejaagd wordt op percelen grenzend aan het jachtgebied welke bewust niet voor de jacht verpacht zijn. Een voorbeeld daarvan zijn percelen van gemeenten en in gebruik door (gemeentelijke) biodiversiteitteams (de zogenoemde B-teams). De B-teams zijn opgericht ter bevordering van de biodiversiteit en jacht staat daar op gespannen voet mee: dieren hebben dan toch ergens een schuilplaats. Een ander voorbeeld zijn percelen in eigendom van personen die om principiële redenen tegen de jacht zijn;
- artikel 6.1 bepaald dat GS alleen nog maar voor de strikt beschermde soorten schadevergoeding kunnen toekennen. Dit betekent o.a. dat schade veroorzaakt door het ree, hert, zwijn maar ook schade veroorzaakt door de das niet meer voor vergoeding in aanmerking komt met als gevolg dat men zelf maatregelen zal nemen ter voorkoming van schade. Het laat zich makkelijk raden wat die - mogelijk illegale en/of onorthodoxe - maatregelen dan inhouden!. Een en ander is hoogst ongewenst! Artikel 6.1 moet dan ook in vereenstemming gebracht worden met de huidige bepalingen uit de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet 1998 (artikel 28 Ffw en artikel 31 e.v. Natuurbeschermingswet);

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

22.07 | 16:21

Dank Vincent Marla Spivak, zie onderstaande, link geeft ook een verhelderend kijk https://www.ted.com/talks/marla_spivak_why_bees_are_disappearing?language=n

...
22.07 | 14:29

In de film More than bees wordt vooral de Amerikaanse manier van bijen houden kritisch bekeken. Schitterende film en mooie openbaring over mondiale bijenhouderi

...
22.07 | 09:51

Hallo,
ik heb eens de naam van een film gehoord waar het wat de bijen betreft niet zo precies aan toe ging. De bijenvolken werden eigenlijk uitgemoord. weet u da

...
08.07 | 19:37

Diep respect voor bijen. Ik waardeer ze al zolang ik 'bewust' leef. (Vanaf mijn 4e of zo) maar heb me er echt nooit in verdiept.
Mijn kennis was beperkt.

...
Je vindt deze pagina leuk